Tom Hofland (1990) is schrijver en podcastmaker. Na het verschijnen van zijn debuutroman Lyssa (2017) bij Uitgeverij Querido werd hij door de Volkskrant uitgeroepen tot hét literaire talent.

Dat jaar ontving Tom het C.C.S Crone-stipendium tijdens het International Literature Festival in Utrecht, voor Lyssa en het korte verhaal Snoesje.
 

Uit het juryrapport: “Een van de opvallendste inzendingen: een metamorfoseverhaal in de traditie van Ovidius en Kafka, en een kostuumdrama in een fantasiestad uit 1877. Verfrissend!
 

Zijn tweede roman Vele Vreemde Vormen werd direct na verschijning in 2019 genomineerd voor de BNG Literatuurprijs.

Columns, artikelen en korte verhalen verschenen o.a in De Volkskrant, Financieel Dagblad, De Dakhaas, De Titaan en De Gids. 

Naast romans schrijft hij toneel (zoals de bejubelde eenakter De Rusofoob voor De Theatertroep) en is hij presentator en podcastmaker, o.a. voor de VPRO. Zo maakte hij onder andere samen met Pascal van Hulst de populaire podcast De Blankenberge Tapes, die in 2020 werd genomineerd voor de Prix Europa en meer dan een miljoen keer werd beluisterd.
Tom werkte een aantal jaar als redacteur bij het VPRO en NPO Radio 1 cultuurprogramma Nooit Meer Slapen. Daar bracht hij verslag uit van het IDFA en besprak hij als één van de gasten films in Radio Cinema.

Tom geeft met enige regelmaat gastlessen aan instituten als De Schrijversvakschool en de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Hij staat samen met Pascal van Hulst aan het roer van audiocollectief Babylon

Foto: Milou van Hoof
lyssa_omslag.png

‘Een kunststukje. Hofland weet de lezer mee te slepen.‘
– De Groene Amsterdammer

 

‘Hofland heerst over zijn materiaal. Je laat je door Lyssa gewillig meevoeren naar de ondergang. ’
– Trouw

 

'Dit debuut is te interessant om over te slaan.'
- NRC

 

'Tom Hofland is hét literaire talent.' 
- De Volkskrant

‘Dit soort schrijvers zijn een aanwinst voor onze literatuur.'
– NRC Handelsblad

 

Hofland weet het allemaal bijzonder sereen en bedachtzaam voor te zetten. (...) Geen verborgen opzet, geen boze stiefvader, donder en bliksem; bevrijdend.
– Kees 't Hart in De Groene Amsterdammer

'Een vlot en origineel boek dat duidelijk maakt hoe onwennig het irrationele voor ons geworden is.' ✩✩✩✩
- Knack Focus

 

Genomineerd voor de BNG Literatuurprijs.

Over Tom als schrijver:

'Gevoel en verbeelding, dat zoekt Hofland. Daar gaat het toch allemaal om in literatuur? (...) Hofland wil de zaken in alle oprechtheid tonen, ons aan de hand meenemen, als een gelukkige schrijver alles aan ons laten zien. Dat zit ook in zijn stijl die zo gewoon mogelijk wil zijn, een toonstijl wil zijn, geen beweringstijl en die daardoor steeds ongewoner wordt. Er gaat iets merkwaardig bevrijdends uit van deze stijl. (...) Het maakt hem in deze roman [Vele Vreemde Vormen] niet uit of hij ergens wel of niet toe hoort of een nieuwe stroming vertegenwoordigt. Bijvoorbeeld die van de Nieuwe Dromerigheid.'

- Kees 't Hart in De Groene Amsterdammer

'Irrationaliteit accepteren – dat is de belangrijkste les voor Tomás. Dat geldt evenzeer voor Hoflands lezers: de vereiste open leeshouding en de droomachtige inhoud van Vele vreemde vormen grijpen mooi in elkaar. Je kunt je maar beter laten meevoeren, door de verhalen die de personages vertellen, langs onverklaarbare feiten, die de verbeelding aanspreken. (...) Een wat lossere, magische blik op de werkelijkheid biedt de mogelijkheid om te ontsnappen aan de grauwe realiteit van alledag – die biedt vrijheid. Jonge fictieschrijvers die daarvan zijn doordrongen, zijn een aanwinst voor onze literatuur.'
- NRC Handelsblad

'Tom Hofland schrijft aandachtig en toch compact, wars van ironiseren of flauwig­heden. Kleine en grote verhalen wisselen elkaar af tot er een crisis, in de vorm van ziekte en conflict, toeslaat, waarna Hofland zijn zorgvuldig geconstrueerde kaartenhuis dramatisch ineen laat storten. (...) De structuur, spanningsboog en thematiek van Lyssa lijken zo uit de Russische Bibliotheek te zijn geplukt, maar de vertelling en stijl hebben de vlotheid van hedendaags proza. (...) Deze kunstige debuutroman krijgt daardoor de sfeer van een romantisch sprookje, dat net zoals de beschreven liefde voornamelijk is ontsproten aan de fantasie van de tragische held.'

- De Groene Amsterdammer